Historie

In het oude Rome waren het vooral de senatoren die, zoals wij hem nu kennen, de stropdas droegen. De zogenaamde “Fascalia” werd gedragen om de stembanden warm te houden. Een politiek betoog voeren zonder stemversterkende instrumenten in de grote Senaatszaal was erg belastend voor de stembanden. Omdat de senaatsleden deze “Fascalia” droegen werd het gezien als een symbool van status en macht. Aangezien de Romeinse generaals niet achter konden blijven in hun machtsvertoon hebben ze de “Fascalia” als onderdeel van hun uniform opgenomen. Enkele van deze generaals dienden in het deel van het Romeinse rijk dat we tegenwoordig als Kroatië kennen. Daar heeft de Fascalia een dusdanige indruk achter gelaten dat Kroatische huurlingen ook dergelijke shawls zijn gaan dragen. Net als de Romeinse soldaten, werd dit door Kroatische huurlingen gebruikt om bloed en zweet mee af te vegen maar ook om de neus te snuiten. De vaak gehoorde misvatting dat de shawl diende om de knopen te verbergen is onjuist. Los van het feit dat de senatoren geen knopen op hun toga’s hadden om te verbergen en soldaten het voor andere doeleinden gebruikten, waren deze shawls vaak niet stijf, lang of breed genoeg om de knopen af te dekken van de aristocratie in het 17e eeuwse Parijs.

Op een gegeven moment werd het in Kroatië gebruikelijk dat een vrouw, die afscheid moest nemen van haar geliefde, hem haar sjaal meegaf toen hij vertrok voor oorlog. De huurling strikte deze sjaal om zijn nek en vele andere volgden. In enkele landen zouden de woorden Krawatte (Duitsland), Cravate (Frankrijk) en meer gelijk klinkende woorden aan de Kroatische huursoldaten die rond 1630 in dienst waren van het leger van koning Lodewijk XIII van Frankrijk (Dertigjarige Oorlog) herinneren, maar het woord cravate werd al voor die tijd gebezigd in Frankrijk voor de aanduiding van een halsdoek. Deze Kroaten baarden opzien in Parijs met hun rond de nek geknoopte zakdoeken of halsdoeken. De Kroaat werd vervolgens een begrip in de modewereld. Charles II introduceerde de cravate vervolgens in Engeland en zijn koloniën.

De cravate was voornamelijk nog soepele rechte reep stof, die op een aantal manieren geknoopt werd. Eén van die manieren was de “Steenkerk”, die rond 1692 in opkomst was. Deze werd vernoemd naar de Slag bij Steenkerke, waar hij voor het eerst gebruikt werd, en hield een knoop in waarbij één uiteinde door het knoopsgat van het vest werd gestoken.

In de 18e eeuw werd de cravate, wederom op initiatief van soldaten, een aantal keren strak om de nek gebonden en achter in de nek vastgezet met een speld. Dit was voor de soldaten meer praktisch. Het staat bekend als de stock of zelfbinder. Al gauw werd dit ook overgenomen door de aristocratie. Die voegde er een jabot (slabbetje) van kant aan toe en een strik die vanuit de nek om een staart in het haar werd geknoopt, een zogenaamde solitaire.

De cravate werd aan het einde van de 18e eeuw een in het oog springend modestuk. In 1760 kwam in Engeland de “Macaroni’s” op, een modeverschijnsel waarbij de cravate als een enorme strik werd vastgemaakt. In Frankrijk volgde men dit verschijnsel en kwamen de “Incroyables” op. Zij namen cravates van een enorme lengte. Hierop volgde in Engeland weer een tegenreaktie, de “Dandy’s”, met als voornaamste pleitbezorger George Bryan Brummel. Zij schepten er genoegen in om juist zo onopvallend mogelijk maar perfect een subtiele cravate te knopen. Een stroming die tot op de dag van vandaag de das mode beheerst.

De benaming das is volgens de conventie correct; het woord “stropdas” wordt traditioneel niet gebruikt. Deze term is ontstaan nadat het strikken van een das verbasterd is tot het stroppen van een das. Ter vergelijking: in het Duits zegt men “Halstuch” (Nekdas) en in het Engels (neck)tie (Nekdas).