Wouter Bos

 

Toen Wouter tijdens zijn historische campagneveldtocht parmantig als (zelf) beoogd premier door het land banjerde, met zestig peilingzetels in zijn kontzak, kwam hij niet voldoende als een staatsman over. Door Jan Harmen

Dat is een van de signalen van het rapport-Vreeman. De stropdas, of liever het ontbreken daarvan, speelde een rol. Een staatsman gaat door het leven met een stropdas, zo wil het volk het. Voor Wouter zou dat een uitkomst moeten zijn. Een open kraag staat hem niet, zijn hoofd gluurt als een vogelkopje boven de hoge boorden uit. Maar de stropdas is voor een deel van zijn achterban een conservatief symbool, zodoende. Dus moet hij steeds weer nadrukkelijk tonen dat hij een vooruitstrevend hervormer is, zonder das. Het zou mij niet verbazen als hij heimwee heeft naar vroeger tijden, toen zijn voorgangers Willem Drees, Joop den Uyl en Wim Kok – alle drie met stropdas – de verkiezingen naar hun hand zetten.

Want zijn eigen verkiezingen zijn desastreus geweest. Het heeft er even naar uit gezien dat hij daarvoor de rekening moest betalen. Dat gevaar is sinds het rapport ‘De scherven opgeveegd’ bezworen. Hij mag als partijleider blijven. Evengoed is het rapport vernederend voor Wouter Bos. De commissie-Vreeman laat geen spaan heel van zijn campagne. Onthullend is dat hij geadviseerd werd door negentien (!) campagne-units, ieder geleid door een eigen campagnehoofd. Allemaal jongens zonder stropdas, maar ouwehoeren konden ze waarschijnlijk als de besten. Dodelijk. Jacques de Vries, de als briljant beschouwde campagneleider van Jan Peter Balkenende, kon volstaan met het uitdelen van speldenprikken. De tegenstander met zijn legioen adviseurs had geen vijanden nodig om zichzelf om zeep te brengen.

Wat is er toch aan de hand met de Partij van de Arbeid? De tot voor kort gerenommeerde bestuurderspartij verkeert in een proces van zelfdestructie, dat niet te stuiten lijkt. Ook het rapport-Vreeman is daartoe niet in staat. Je kunt het niet in de hoek schuiven als zelfkwelling, al voelt het wel zo aan. Het is een nieuw product van de vergadercultuur binnen de partij, een manifestatie van openheid en transparantie, maar je haalt er de kiezers niet mee terug en je kalmeert de onrust in eigen kring maar ten dele. Aan dat laatste is ook de krankzinnige rangorde debet die de commissie-Van Nieuwenhoven heeft opgesteld voor de kandidatenlijst voor de Tweede Kamer: steeds afwisselend een man en een vrouw, waarbij ook nog etnische herkomst en regionale vertegenwoordiging een rol speelden. Van dat gefrustreerd feminisme werden gerespecteerde politici het slachtoffer. De pijn daarover is niet weg.

Wouter Bos is op een pijnlijke manier herinnerd aan de dramatische nederlaag in november. Inmiddels is hij meer dan honderd dagen vice-premier. Waarschijnlijk ontwikkelt hij zich tot een sterke minister, maar ‘De scherven opgeveegd’ verzwakt zijn positie. De toekomst van de PvdA is mede afhankelijk van de ruimte die het CDA minister Bos gunt. Een sterke regeringspartner is ook een CDA-belang.